Less is more 2.0

Een impressie van het startmoment van de tweede reeks Less is More in Het Abtshof in Borlo.

Logo LIM Avansa

In het warme decor van het Abtshof in Borlo (Gingelom) gaven we het startschot voor ‘Less is more’, een traject waarin we samen onderzoeken of minder consumeren kan leiden tot méér levenskwaliteit. Na een voorstellingsronde opende Sam met het doel van het project: een vijftal maanden leven met minder om de ‘innerlijke evoluties’ te verkennen. Wat is voor mij echt belangrijk? In plaats van “meer” na te jagen, onderzoeken we wat genoeg is. Het is geen doel, maar een methode die uiteindelijk doen nadenken over wat écht belangrijk is in het leven.

De oneindige koopcyclus

We herkenden samen een patroon dat velen kennen: nieuwe aankoop → blijdschap → gewenning → verveling → nieuwe aankoop. Enzovoorts. Het is een cyclus die kortstondige prikkels levert, maar ons zelden duurzaam vervult. Welke aankopen geven écht waarde, en waar vullen we leegte met spullen?

Wat brengt ‘Less is more’ je persoonlijk?

Door ontspullen en minder kopen ontstaat ruimte, tijd, geld en energie. Bijvoorbeeld meer ruimte in je huis (minder rommel), in je agenda (minder vergelijken en koopjesjagen), in je hoofd (meer rust), en in je relaties (meer aandacht voor mensen).

Een andere spelregel voor geluk

Hugo maakte de brug naar de huidige spelregel in onze samenleving: “om gelukkig te zijn, moet je consumeren” en toonde hoe die diep verweven zit met ons economisch denken. Groei om de groei botst echter op grenzen. Enerzijds is er de draagkracht van de aarde; anderzijds is de mens meer dan een individuele consument. Hij/zij is een sociaal wezen dat gedijt bij verbinding, betekenis en zorg.

Van daaruit maakte Hugo de brug naar de donuteconomie van Kate Raworth: een gezonde economie beweegt zich tussen twee randen. Buitenkant: de ecologische plafonds die we niet mogen overschrijden. Binnenkant: de sociale basisvoorwaarden die we iedereen willen garanderen—van zorg en huisvesting tot zingeving en ontspanning. Tussen die grenzen ligt de speelruimte voor een bloeiende samenleving. ‘Less is more’ wil precies in die zone experimenteren met andere keuzes.

De 25%-revolutie: van kleine keuzes naar kantelpunt

Vervolgens nam Veerle ons mee in de 25%-revolutie, een hoopvol perspectief op maatschappelijke verandering. Gebaseerd op inzichten uit de sociale wetenschappen (o.a. Damon Centola) vertrekt het van een eenvoudig maar krachtig idee: wanneer ongeveer een kwart van de mensen consequent ander gedrag stelt, kan de sociale norm kantelen.

Om tot Verandering te komen heb je niet enkel informatie nodig. Je moet ook weten dat anderen meedoen. Het is belangrijk dat mensen binnen jouw groep de verandering als normaal zien. De boodschapper moet geloofwaardig zijn. Je moet zien dat mensen zoals jij het ook doen.

Die revolutie is niet luidruchtig of dogmatisch; ze groeit via bewuste, haalbare keuzes in hoe we consumeren, wonen, eten en samenleven.

Ze stoelt op drie bewegingen: ecologisch eerlijk binnen planetaire grenzen, economisch rechtvaardig met een eerlijkere verdeling van welvaart, en democratisch inclusief met meer inspraak, ook voor wie vandaag minder gehoord wordt.

De boodschap die bleef hangen: je hebt geen meerderheid nodig om te beginnen. Eén op vier die kiest voor delen, herverdelen en leven met genoeg kan de toon zetten.

Denkoefening: wat kan ik missen, wat niet?

Na deze kaders doken we de praktijk in. We schreven op wat ze wél en niet kunnen missen. Het leverde een beeld op van gewoonten en verlangens.

Wat konden deelnemers missen? Vooral overdaad kwam bovendrijven.

  • Te veel kleding, boeken, servies, beddengoed en knutselmateriaal
  • Dubbele of ongebruikte spullen zoals extra fietsen, instrumenten, gereedschap of apparaten
  • Abonnementen en digitale diensten die ongemerkt kosten stapelen
  • Grote woon- en leefruimte (een groter huis dan nodig, meerdere slaapkamers)
  • Dingen die stress veroorzaken zoals confrontaties, geluidsoverlast of de druk om steeds te kopen

Enkelen noemden ook comfortitems (zoals de droogkast of afwasmachine) en bepaalde luxeconsumptie die eigenlijk weinig bijdraagt aan welzijn.

Wat wilden deelnemers niet missen? Hier tekenden zich duidelijke ankers voor levenskwaliteit af.

  • Verbinding en sociaal contact
  • Zingeving en spiritualiteit
  • Gezondheid (goede voeding, beweging, rust en slaap)
  • Basisvoorzieningen (warmte, water, elektriciteit, sanitair)
  • Natuur en stilte
  • Tijd en vrijheid
  • Een thuis als veilige plek.
  • Expressie en leren (muziek, tekenen, lezen)
  • Mobiliteit (fiets, soms auto of openbaar vervoer)

De oefening bracht ook twijfels aan het licht, bijvoorbeeld over kleding als vorm van identiteit, of over het aantal muziekinstrumenten wanneer creativiteit belangrijk is. Die nuance is waardevol. Het was geen droge rekenoefening, maar een uitdagende denkoefening.

Huiswerk!

Deelnemers gingen naar huis met de uitnodiging om te kiezen voor één concrete opdracht die ze tot de volgende sessie volhouden. Vb.:

  • Geen nieuwe kleding kopen.
  • Spullen herstellen in plaats van nieuw te kopen.
  • Een opruim-inventaris maken.
  • ...

Deelnemers noteren hierbij:

  • Wat er gemakkelijk gaat.
  • Wat er moeilijk loopt.
  • Wat dit doet met je kijk op ‘genoeg’?
Datum bericht ma 26 januari '26