Dinsdagavond 31 maart gingen religiewetenschappers Patrick Loobuyck en Khalid Benhaddou met elkaar in gesprek over de vraag: ‘Is religie het probleem? Jonas Slaats (niet toevallig ook een religiewetenschapper) begeleidde het gesprek.
Al snel werd duidelijk dat deze vraag niet in een simpel ‘ja’ of ‘nee’ te vatten is. Religie duikt vaak op in discussies over conflict en geweld, maar de werkelijkheid blijkt veel complexer.
Khalid en Patrick benadrukten dat conflicten zelden één oorzaak hebben. Wie één concreet conflict van dichtbij bekijkt, ziet meestal een complex samenspel van elementen zoals (geo)politiek, geschiedenis, identiteit, macht, economie, territorium en grondstoffen. Religie kan daarin verweven zijn, maar is meestal niet de enige verklarende sleutel. Ook de menselijke aard speelt een rol: mensen zijn vatbaar voor angst, wij/zij-denken en machtsdrang, maar evengoed voor solidariteit en zorg.
De kracht en het risico van religieuze taal
Volgens Patrick en Khalid kan religieuze taal groepen indelen in ‘wij’ en ‘zij’. Symbolen, teksten en eindtijdtaal (bijvoorbeeld ‘goed versus kwaad’) kunnen een conflict optillen naar ‘iets groters’, en zo mobiliseren of motiveren. Tegelijk werd benadrukt dat dit niet uniek is voor religie: ook seculiere ideologieën (zoals nationalisme, communisme of fascisme) kunnen mensen ondergeschikt maken aan een ‘groter’ verhaal.
Daarbij kwam ook het belang van labels aan bod. Religie wordt snel als etiket gebruikt, terwijl het onderscheid tussen bijvoorbeeld ‘Joden als volk’ en ‘Joden als religie’ toont hoe complex zulke categorieën zijn. Religie wordt dan snel als verklaring van oorlogen en conflict aangeduid.
“Het zijn de mensen”
Een belangrijke nuance die meerdere keren terugkwam: religie wordt soms voorgesteld alsof ze zelfstandig handelt (“religie doet…”), maar volgens Khalid en Patrick zijn het mensen die handelen. Religie krijgt betekenis in de manier waarop mensen haar beleven, interpreteren en inzetten. Alles wat in menselijke handen terechtkomt kan afhankelijk van context, macht en belangen ook een gevaarlijk instrument worden.
“Eén juiste, absolute waarheid die altijd en overal geldt”
Patrick en Khalid waarschuwden voor de combinatie van religie en politiek, omdat religie politieke beslissingen moreel kunnen rechtvaardigen. Nog een stap verder kan religie voor ‘moreel absolutisme’ zorgen: het idee dat er ‘één juiste, absolute waarheid’ bestaat die overal en altijd geldt, en dat andere opvattingen fout zijn. Zo’n zwart-witkader kan verdelen in ‘juist/fout’ of ‘goed/slecht’ en kan compromis onmogelijk maken. En dat mechanisme bestaat niet alleen in religieuze context, maar ook in seculiere. Bijvoorbeeld in naam van het communisme of fascisme is er veel onrecht aangedaan.
Waarom krijgt religie (en vaak de islam) zo vaak de schuld?
Jonas stelde de vraag waarom religie, ondanks die evidente complexiteit, toch zo vaak als dé verklaring naar voren wordt geschoven. Een mogelijke verklaring: religie is een herkenbaar label dat makkelijker ‘vast te pakken’ is dan seculiere ideologieën. Daarnaast werd aangehaald dat in Europa de islam vaak de religie van een minderheid is, en dat minderheden sneller geproblematiseerd worden. Daardoor kunnen beeldvorming en frames bij incidenten een hardnekkig wij/zij-verhaal versterken.
Ook het voorbeeld van het conflict Amerika/Iran kwam aan bod. Enerzijds werd gewezen op geopolitiek, olie, strategische ligging en belangen; anderzijds op het frame dat Iran ‘extra gevaarlijk’ zou zijn omdat het een islamitische theocratie is. Tegelijk werd genuanceerd dat religie niet alles verklaart, onder meer omdat het Westen ook goede relaties onderhoudt met andere, weinig democratische regimes zoals bijvoorbeeld Saoedi-Arabië.
‘Cherry picking’, influencers en religieuze geletterdheid
Religieuze teksten zijn volgens de sprekers vaak dubbelzinnig (of ‘ambivalent’) en kunnen in verschillende richtingen gelezen worden. Belangrijk is een kritische duiding, een sterk persoonlijk moreel kompas en het vermijden van totale afhankelijkheid van één autoriteit of religieuze leider of goeroe. Khalid wees ook op het gevaar van ‘cherry picking’ door online predikers of religieuze influencers die complexe religieuze teksten herleiden tot simplistische boodschappen, zonder context en nuance. Dit maakt religieuze geletterdheid extra belangrijk. Tegelijk werd ook het potentieel van religie benoemd: religie kan mensen niet enkel mobiliseren voor conflict, maar ook inspireren tot vrede en geweldloos verzet. Als voorbeelden werden Mahatma Gandhi, Abdul Ghaffar Khan en Martin Luther King genoemd. Dat waren best wel een aantal religieuze mensen die vanuit hun overtuiging net geweldloosheid en solidariteit benadrukten.
Een ander thema was de groeiende verwevenheid tussen nationalistisch-populistische bewegingen en religieuze of ‘cultuurchristelijke’ identiteit. Denk aan het verbond tussen het Christelijk-evangelisme en het Amerikaans nationalisme. Ook mensen die helemaal niet kerkelijk of gelovig zijn, voelen zich aangetrokken door dit gedachtegoed. Ook kunnen termen als ‘joods-christelijke beschaving’ ingezet worden als identitair wapen om zich af te zetten tegen moslims. En dat is natuurlijk allesbehalve religieus.
Tijd voor vragen!
In de vragenronde lag de focus op het dagelijkse samenleven, onderwijs en inclusie. Zo werd er gevraagd hoe we moeten omgaan met tradities zoals de kerststal, het feest van driekoningen en het debat over ‘wintermarkt/kerstmarkt’? Khalid pleitte ervoor om niet alles te willen neutraliseren in naam van inclusie: tradities en betekenis doen er ook toe. Tegelijk werd het belang herhaald van een seculiere overheid en scheiding tussen kerk en staat, terwijl levensbeschouwing in de samenleving wél zichtbaar mag blijven.
Ook levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs kwamen aan bod. Kennis van de eigen traditie is een goede basis voor dialoog met ‘de andere’. Patrick suggereerde een onafhankelijk, verplicht en algemeen vormend vak LEF (Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie). Los van het onderwijs haalde Khalid aan dat beleidsbeslissingen rond zulke thema’s vaak voortkomen uit crisis of besparing. Maar het is beter om er grondig over na te denken om tot een doordachte visie te komen.
Praktische oplossingen, geen beschavingsoorlog
Een concrete vraag ging over verjaardags- en buurtfeesten waar gevraagd wordt om halal te voorzien of rekening te houden met andere religieuze gevoeligheden. Khalid benadrukte om zoveel mogelijk naar praktische oplossingen te zoeken en niet meteen in een morele ‘beschavingsoorlog’ te belanden. Want als het over morele thema’s gaat, schieten mensen snel in hun loopgraven. Een gedeeld kader zoals ‘diverse voedingsbehoeften’ kan helpen om het gesprek minder identitair te maken. Spreek niet over ‘speciaal voor moslims’. Benader halal zoals vegetarisme of allergieën: als iets waarmee je rekening probeert te houden om samenleven mogelijk te maken. Daarbij werd ook gewezen op de rol van factoren zoals armoede, sociale klasse en segregatie. Deze zaken kunnen binnensluipen in het dagelijkse leven, bijvoorbeeld op de bus of in wie men uitnodigt op feestjes.
Gendergelijkheid en LGBTQIA+
Een vraag ging over gendergelijkheid en LGBTQIA+ in relatie tot religie. Er werd erkend dat er reële spanningen kunnen bestaan tussen religies en hedendaagse mensenrechten, wat voor sommigen een reden is om zich van religie af te keren. Tegelijk werd benadrukt dat religies intern verdeeld zijn: binnen elke religie bestaan progressieve en conservatieve strekkingen. Volgens Jonas, Khalid en Patrick is gesprek over deze thema’s—ook binnen religieuze tradities zelf—belangrijk, omdat veroordeling door ‘buitenstaanders’ vaak weinig verandering teweegbrengt.
Daarnaast werd opnieuw gewezen op mechanismen zoals macht, absolutisme en letterlijke interpretaties van religieuze teksten, die uitsluiting kunnen versterken. Dit is niet enkel een religieus fenomeen, maar kan ook in seculiere ideologieën optreden. De conclusie was dat het niet vanzelfsprekend is dat er ‘per definitie meer vrijheid’ zou zijn rond gender en LGBTQIA+ als religie zou verdwijnen.
Wat nemen we mee?
Religie bleek vooral een menselijke praktijk: soms een bron van inspiratie en vrede, soms een taal en kader dat conflict kan aanwakkeren wanneer het gekoppeld wordt aan macht, absolutisme of identitaire strijd. Wat nemen we mee?
Religie is niet eenduidig ‘hét’ probleem, maar kan zowel verbindend als polariserend werken, afhankelijk van de context en de manier waarop mensen haar inzetten.




