De Dialoog

Samen alleen: wie is verantwoordelijk voor eenzaamheid

Een verslag van De Dialoog

Logo De Dialoog Avansa

Met een leuke groep gingen we in gesprek over het thema ‘eenzaamheid’. En dat in de inspirerende omgeving van LABIOMISTA, een ontmoetingsplek waar kunst, natuur en samenleving elkaar versterken. We vertrokken vanuit de centrale vraag wie verantwoordelijkheid draagt voor eenzaamheid. Enkel de persoon zelf? Of dragen we als samenleving een gedeelde verantwoordelijkheid? De deelnemers onderzochten die vraag vanuit vier stellingen. In het gesprek kwamen persoonlijke ervaringen, de rol van verenigingen en de verantwoordelijkheid van de bredere samenleving samen. We waren het niet altijd eens, maar vonden elkaar geregeld in het zoeken naar nuance.

“Wie zich eenzaam voelt, is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om daar iets aan te doen”

Deze eerste stelling zorgde meteen voor uiteenlopende perspectieven. Eenzaamheid ontstaat niet altijd doordat iemand te weinig initiatief neemt. Psychische problemen, ziekte, uitsluiting, pesterijen of taalproblemen kunnen ervoor zorgen dat iemand geïsoleerd raakt. Dan is het moeilijk om zelf contact of hulp te zoeken. Toch kan een persoonlijke stap soms nodig zijn. Sommigen vertelden dat ze zelf hulp moesten zoeken of opnieuw contact moesten leggen om uit een moeilijke situatie te komen. Anderen kunnen ondersteuning bieden, maar kunnen niet alles overnemen.

Alleen zijn is bovendien niet hetzelfde als eenzaam zijn. Iemand kan veel mensen kennen en zich toch niet verbonden voelen. Een ander kan graag alleen zijn zonder zich eenzaam te voelen. ‘Alleen-zijn’ en ‘eenzaamheid’ vallen dus niet noodzakelijk samen. Eenzaamheid hoeft niet altijd onmiddellijk “opgelost” te worden. Soms gaat het ook om het leren aanvaarden en bespreekbaar maken van moeilijke momenten.

Er is ook een verschil tussen ‘verantwoordelijkheid’ en ‘schuld’. Iemand kan proberen hulp of verbinding te zoeken, zonder schuldig te zijn aan de eigen eenzaamheid. Niet iedereen heeft dezelfde mogelijkheden om die eerste stap te zetten. Een oplossing komt best van twee kanten. De persoon zelf kan, als dat mogelijk is, een stap zetten. Tegelijk kunnen familie, vrienden, verenigingen, hulpverleners en de samenleving hulp en kansen aanbieden.

Foto dialoogtafel eenzaamheid zonder Farida

“Wie anderen wegduwt, kan niet verwachten dat een vereniging zich in bochten wringt om hem erbij te houden”

Sommige mensen kunnen door hun gedrag anderen afstoten. Ze zijn bijvoorbeeld vaak negatief, vragen veel aandacht, houden zich niet aan afspraken of verstoren activiteiten. Vrijwilligers en medewerkers hebben niet altijd de tijd of kennis om daarmee om te gaan. Een vereniging is verantwoordelijk voor de hele groep. Als het gedrag van één persoon problemen veroorzaakt, kunnen andere deelnemers afhaken. Daarom mag een vereniging toch grenzen stellen.

Toch komt moeilijk gedrag vaak voort uit kwetsbaarheid of moeilijke ervaringen. Mensen die anderen wegduwen, hebben soms juist veel behoefte aan contact. Als ze overal worden uitgesloten, kan hun eenzaamheid groter worden. Daarom is het belangrijk om eerst naar oplossingen te zoeken. Een persoonlijk gesprek kan helpen om duidelijk te maken welk gedrag moeilijk is. Misschien kan iemand deelnemen aan een andere activiteit, een andere taak krijgen of ondersteuning zoeken bij een gespecialiseerde organisatie.

Doorverwijzen mag niet betekenen dat een vereniging het probleem gewoon doorschuift. Er moet worden nagegaan of de persoon werkelijk ergens anders geholpen kan worden. Tegelijk kan een vereniging niet alle welzijnsproblemen zelf oplossen. Samenwerking met lokale besturen en professionele hulpverleners is daarom belangrijk.

Inclusie betekent dus niet dat alles moet worden toegestaan. Het betekent wel dat een vereniging de persoon achter het gedrag probeert te blijven zien, duidelijk communiceert en eerst naar haalbare oplossingen zoekt.

“Vluchtelingen en mensen zonder wettig verblijf zijn niet bezig met verenigingen. Al hun energie gaat naar overleven”

Mensen die pas in België zijn, hebben vaak eerst veel praktische zorgen. Ze zoeken een woning, eten, veiligheid, documenten, juridische hulp of een school voor hun kinderen. Aansluiten bij een vereniging of groep is dan meestal geen prioriteit. Veel nieuwkomers hebben bovendien familie, vrienden en hun vertrouwde omgeving achtergelaten. Een klein sociaal netwerk, onzekerheid en taalproblemen maken de stap naar een vereniging moeilijker.

Toch vonden de deelnemers de stelling te hard. Ook mensen in een moeilijke situatie hebben behoefte aan contact, ontspanning en verbondenheid. Een bestaande groep kan een plek zijn waar iemand nieuwe mensen leert kennen en een netwerk opbouwt. Dat netwerk kan ook helpen bij praktische problemen.

Verenigingen moeten daarom toegankelijk zijn. Een persoonlijke uitnodiging werkt vaak beter dan alleen een algemeen aanbod bekendmaken. Brugfiguren kunnen mensen meenemen en vertrouwen opbouwen. Ook eenvoudige activiteiten, zoals samen ontbijten, kunnen een eerste stap naar contact zijn.

Niet iedereen heeft dezelfde behoeften. Sommige nieuwkomers vinden snel aansluiting, terwijl anderen meer tijd en ondersteuning nodig hebben. De vraag is daarom niet alleen of nieuwkomers belangstelling hebben voor verenigingen. Verenigingen moeten ook nagaan of ze voldoende open en toegankelijk zijn.

1

“Als iemand in mijn omgeving eenzaam is, draag ik daar zelf ook verantwoordelijkheid voor”

De groep maakte een onderscheid tussen ‘verantwoordelijk zijn voor iemands eenzaamheid’ en ‘iets doen wanneer je eenzaamheid opmerkt’. Niemand kan altijd voor iedereen klaarstaan. Mensen hebben een gezin, werk en eigen zorgen. Je kunt niet in je eentje iemand volledig uit de eenzaamheid halen.

Toch kan een kleine stap veel betekenen. Je kunt vragen hoe het gaat, luisteren, iemand bezoeken, uitnodigen of wijzen op een activiteit. Vooral het eerste contact is belangrijk, omdat eenzame mensen die stap niet altijd zelf zetten. Zorg dragen voor anderen heeft wel grenzen. Het mag er niet toe leiden dat iemand zichzelf voorbijloopt. Niet iedereen kan hetzelfde doen en niemand kan alles doen. Maar bijna iedereen kan iets doen.

Eenzaamheid is daarom niet alleen een persoonlijk probleem. Het gaat ook over de manier waarop we onze buurten, verenigingen en samenleving organiseren.

Dus… wie is nu eigenlijk verantwoordelijk?

Eenzaamheid is niet de verantwoordelijkheid van één persoon of organisatie. Mensen kunnen zelf contact of hulp zoeken, maar dat is niet voor iedereen even gemakkelijk.

Familie, vrienden en buren kunnen steun bieden, maar hun tijd en mogelijkheden zijn beperkt. Verenigingen kunnen mensen samenbrengen, maar kunnen professionele hulp niet vervangen. De samenleving kan zorgen voor toegankelijke ontmoetingsplekken, ondersteuning en kansen om mee te doen. Iedereen draagt dus een deel van de verantwoordelijkheid: de persoon zelf, de mensen in de omgeving, verenigingen, hulpverleners en de samenleving. Door samen te werken, kunnen mensen opnieuw verbinding vinden.

Datum bericht ma 5 oktober '26